woensdag 13 mei 2015

Column voor de wekker: Iedereen is van de wereld - en de wereld is voor iedereen.

Onderstaande column schreef ik vorige maand voor 'De Wekker', 

Thé Lau


Iedereen is van de wereld

Dat zingt de Bergse zanger Thé Lau, die de laatste tijd om zijn gehele oeuvre is gelauwerd (what’s in a name). Een pakkende zin, maar wat zeg je er mee? Wij gereformeerden zeggen het in ieder geval niet. ‘Wij zijn niet van de wereld, wij zijn in de wereld.’ Een mooie zin, maar ik geloof er niks van.  Wij zijn helemaal niet in de wereld. We sluiten ons keurig op in onze eigen kerkelijke cultuur en trekken ons terug uit de samenleving. Hoe relevant is de kerk voor de mensen om ons heen? Hoeveel niet – kerkelijke vrienden heb ik eigenlijk? Bij de cursus getuigend gemeente zijn, die wij in Aalten volgen wordt dat pijnlijk duidelijk: het zijn er veel te weinig. Maar ondertussen zijn we wel ván de wereld. Want we denken precies zoals de wereld denkt. In termen van invloed en macht, status, geld. Vooral bezig met onze eigen rust, vrijheid, comfort. Aan trots en hoogmoed geen gebrek. Niets wereldlijks is ons vreemd. Laten we het maar eens zeggen, als een belijdenis van schuld: iedereen is van de wereld, en ik ook.

... en de wereld is van iedereen.

Dat zingt Thé Lau ook: de wereld is van iedereen. Het zijn woorden die ruimte maken voor anderen. Als de kerk nou eens zou inzetten met dit credo, dan zouden we echt een ander geluid laten horen dan de wereld. Zoals Kees van der Staaij ons voordoet. Hij vroeg aandacht in de media en de tweede kamer voor kinderen met het down – syndroom. Omdat we als nederland dreigen te gaan denken dat de wereld niet is voor mensen met het down – syndroom. En dat er voor hen geen plaats is op deze wereld. Zoals Arie Slob dat doet, die in de discussie over bed, bad en brood aandacht vraagt voor woorden van Jezus: ‘Ik was hongerig, en u gaf mij te eten.’ Omdat we als nederland dreigen te gaan denken dat er in ons werelddeel geen plaats is voor mensen die hebben moeten vluchten en die geen thuis meer hebben. Laat het een belijdenis zijn van solidariteit met hen, voor wie bijna geen plaats meer is. Net als de lofzang van Maria. “ Hij heeft machtigen van hun troon getrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig weggezonden. “

Thé Lau, ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.

zaterdag 22 november 2014

Column voor de wekker: Jongens in verval - vader in verweer

Onderstaande column schreef ik voor de column kwart in De Wekker:

Philip Zimbardo


Jongens in verval
Op zaterdagmiddag kijken wij thuis regelmatig samen naar de BZT-show. Het spannendst vinden we ‘de jongens tegen de meiden’: muntjes zoeken, ballonnen oppompen en zo meer. Ons valt op dat de meiden eigenlijk altijd winnen. Onze jongste dochter vindt dit zielig en is inmiddels niet meer voor de meiden, maar voor de jongens. Dit is voor haar vader een grote troost.
Dit fenomeen, van de jongens die minder goed meekomen, reikt verder dan de BZT – show. In alle lagen van het onderwijs is het ook zichtbaar, zegt de beroemde psycholoog Philip Zimbardo. Hij noemt het ‘the demise of Guys’ – jongens in verval. Volgens deze onderzoeker hebben jongens steeds meer moeite om echt contact te hebben met anderen, vooral 1 op 1 en met meisje / vrouwen.  Hij wijt dit aan een groeiende verslaving aan opwinding en prikkels door te veel internet, door porno en computerspellen. Zo groeit een nieuwe generatie jongens (en meiden op hun manier ook) op met hersens, geconditioneerd door de vermaaksindustrie.

Vader in verweer.
Ik zie het om me heen: jongeren dia alleen chirurgisch van hun telefoon verwijderd kunnen worden. Ik zie het bij mezelf: tijdens het typen van dit verhaaltje heb ik ook al weer mijn facebook open gehad en mijn mail gecheckt.
Maar ik wil het anders. Ik kom in verweer!
Ik wil een vader zijn voor mijn meiden die hen belangrijker vindt dan zijn scherm. En die hen leert om te gaan met schermen, en ze ook uit te zetten. (Heb net twee Whatsapp berichtjes gehad en beantwoord).

Ik heb een plan gemaakt om te ‘herlezen en herleven’ – minder voor het scherm, meer boven de bladzijde. Weer oefenen in het lezen van goede boeken. Minder scherm, meer leven. Af en toe gewoon in de stoel zitten, muziek luisteren of nadenken of kijken naar het licht dat de kamer binnenvalt. Je kunt zelfs real life buiten wandelen en fietsen, net als ze doen op youtube. Tijd nemen om met je kinderen iets samen te doen. Zoals kijken naar de BZT show. Ik hoop dat de jongens de volgende keer winnen. (Maar nu eerst even mijn mail checken)

zaterdag 7 juni 2014

Column, geschreven voor 'de Wekker' : Lampendraaien - zielevreugd




Lampendraaien
Tsja, wat moet je er nu mee, die mensen die op zondagochtend soms vergeten dat ze in een ordentelijke reformatorische eredienst zitten. Eén keer als slotzang een opwekkingslied en meteen gaan de handen de lucht in. ‘Lampendraaien’, noemt iemand uit onze gemeente dat, omdat het er net uitziet alsof iemand het peertje van de plafondlamp staan te vervangen. Of soms, in een minder vrijmoedige en minder zichbare versie, (maar niet minder tot de verbeelding sprekend) lijkt het alsof iemand een tweede kopje koffie staat te weigeren. Als het weer eens zo ver is zie je andere gemeenteleden schalks rond - en achterom kijken, of er nog meer handen de lucht in gaan. Uit nieuwsgierigheid, natuurlijk, maar vooral omdat we ons met z’n allen een beetje opgelaten voelen bij al die uitbundige overgave.
Zielevreugd
Eigenlijk zouden we toch niet hoeven op – of omkijken. Tenslotte is het opheffen van handen een heel bijbels gegeven. Denk maar aan I Timotheus 2:8, waar de opgeheven handen als een gewone gebedshouding worden gezien. Als ze maar heilig zijn. Of denk aan psalm 134:2- “Heft uwe handen naar omhoog’. Wanneer we dat zingen blijven de handen doorgaans keurig beneden. Misschien zouden we ons daar eens over kunnen verbazen.
Maar wat maakt die uiterlijke innigheid nu zo ongemakkelijk? Zou het kunnen zijn dat we stiekum een beetje jaloers zijn op die overgave, die we van een ander zien? En op de vrijmoedigheid van iemand die met het lichaam durft te uiten: Heer, ik loof U! Over huppelen hoeven we het nu niet te hebben, maar zouden we kunnen afspreken dat we niet raar gaan omkijken wanneer iemand, in Hem verheugd, zijn zielevreugd eens uit door een hand op te heffen? Laten we elkaar wat ruimte geven, en met heel ons hart  meezingen met die slotzang. Dat lijkt me eerbiediger dan met een zuur gezicht tijdens de lofprijzing in de bank te staan kniezen.

dinsdag 25 februari 2014

Zoooo 2014: de samen-selfie

Afgelopen zondag lazen wij in CGK Aalten Lukas 18. Daarin ontmaskert Jezus onze obsessie met onszelf, en onze positie en ons bezit. In dat kader maakte ik op de preekstoel een selfie.







Dit inspireerde blijkbaar. Verschillende selfies uit de gemeente komen openbaar, en het mooie vind ik dat het selfies zijn van mensen die niet alleen zijn maar samen. Zoals de Jeugdvereniging:




En de vrouwenvereniging bijbelstudie :



Mooie acties, broeders en zusters! Wie volgt?

Ik hoop dat dat de trend wordt voor 2014: samen- selfies. Foto's waarin we niet onszelf laten zien, maar waarin we laten zien dat we bij elkaar horen. Hashtag: #samenselfie.

ps. Mijn hoofd op de bovenste foto is een beetje vertekend, ben ik bang. Tijd voor een andere smartphone ;).

dinsdag 18 februari 2014

Lied teruggevonden.



Vorige week, toen ik met Mathea de Abdij van Egmond bezocht, kwamen bij mij flarden van een lied naar boven, dat ik in mijn studententijd leerde kennen.

Ik weet niet door wie dit lied geschreven is, of in welke bundel het staat. Vooral de laatste strofe doet denken aan de Confessiones van Augustinus. Misschien is er iemand die meer weet van dit lied? De woorden - ik schrijf ze uit mijn hoofd op - zijn ongeveer deze:



O Schoonheid van mijn God, te prijzen bovenmate;
hoe heb ik U gezocht langs aller wereld weg.
Mijn liefde en mijn hoop heb ik om U verlaten.
Nochtans als ik U noem, ik weet niet wat ik zeg.

Gij zijt mij zo nabij dat ik in U moet leven;
en toch verdwaalt mijn geest in onherbergzaam land.
Zo, tegen wil en dank met alle ding verweven,
zoek ik U buiten mij, roepend naar alle kant.

Uw stem heeft mij gelokt, uw licht verblindt mijn ogen.
Jagend op ieder spoor dat mij uw liefde zendt
 ontbeert mijn hart, voor U geboren en getogen,
zijn vreugde en zijn rust totdat het U herkent.

maandag 23 december 2013

Column voor ' de Wekker' : zussen - vaders.

Deze column schreef ik voor 'de Wekker' :  zussen - vaders.

'pas op- familie!' 


zussen

Toen ik als student in Apeldoorn woonde, hielp ik soms bij de bijbelkraam voor anderstaligen op de markt.  Ik herinner me hoe ik daar eens mocht staan met mevrouw Maris, de echtgenote van professor Maris. Dat vond ik heel wat! Ons kwam Yoshi tegemoet, een Asielzoeker uit Sierra Leone, die ons uitbundig begroette: “Aukje, mijn zus! Alle goeds van Jezus Christus!” Zijn ontwapenende bejegening van zuster Maris ben ik nooit vergeten. Hoe vrijmoedig mij zijn woorden toen leken, ik denk nu: Yoshi had gelijk. Onze kerkwoorden “broeders en zusters,” lijken me woorden die verdoezelen wat ze helder zouden moeten zeggen. Dat we broers en zussen zijn. Dat ik met u verbonden ben in Christus, als met familie. Maar als we ze gebruiken in de kerk, klinken ze als woorden op afstand. Als in: ‘De bloemen gaan deze week naar zuster de Vries uit wijk 4’ . Zullen we ze van het stof ontdoen, de woorden? En zullen we ook gewoon weer af en toe zeggen wat ze bedoelen?

vaders


Zo heb ik broers leren kennen op de synode. Broeders die broers werden. Ik kan bijvoorbeeld vrijmoedig zeggen dat ook ik een broer ben van de gebroeders Sok. Maar ik heb daar nog meer familie ontmoet. Van allerlei pluimage. Ik ontmoette ook oudere broers, die in hun geestelijke wijsheid als vaders voor mij waren. Zij voedden mij op en ik leerde veel van hen. Sommigen van hen heb ik het ook gezegd: u of jij bent voor mij een vader in Christus. Laten we weer gaan spreken over vaders en moeders in Christus. Als we die woorden weer gaan gebruiken, dan gaan we ook weer zien dat we zulke mensen nodig hebben in de gemeente. Want daarvan ben ik overtuigd: dat de jongere broers en zussen op zoek zijn naar vaders en moeders in Christus. Om van ze te leren en zo te groeien in geloof. En als we anderen gaan zien als vaders en moeders in het geloof, kunnen we ook benoemen wat we in hen van de Heere ontvangen. Dat maakt dankbaar, is goed voor de gemeente, en tot eer van onze Vader.

zaterdag 31 augustus 2013

Column voor de Wekker: Epic fail / People are awesome


Onderstaande column schreef stond in de laatste editie van De Wekker.

'people are awesome' 


Epic fail

Iedereen heeft recht op 15 minuten beroemd zijn heeft kunstenaar Andy Warhol gezegd. En dat lijkt nu werkelijkheid te gaan worden. Internet geeft iedereen toegang tot iedereen. Dat maakt het mogelijk om beroemd te worden met een liedje dat je opnam op een regenachtige woensdagmiddag. Het wereldwijde web maakt zo beroemdheden. Maar er is ook een andere kant. Het wereldwijde web is ook genadeloos. Het hoeft je maar 1x te gebeuren dat iemand je op het verkeerde moment op de gevoelige plaat legt, en je bent voor altijd gebrandmerkt. Daar is zelf een woord voor op Youtube: epic fail (Episch falen, letterlijk vertaald). Een label dat wordt gebruikt bij filmpjes over mensen die een blunder begaan, zich ernstig bezeren, die ergens van af vallen en dergelijke. Wat zegt het over ons dat we het leuk vinden naar dergelijke dingen te kijken? En verder: Waarom dan niet: ‘foutje, bedankt’, maar moet er meteen ‘episch falen’ van worden gemaakt? Al zou het waar zijn, dat iedereen recht heeft op 15 minuten roem, liever gunnen we onszelf dagelijks 15 minuten (of veel meer) lol ten koste van een ander. Waar blijft de genade?

People are awesome

Gelukkig zijn er ook andere reeksen filmpjes op Youtube, zoals die met de titel ‘people are awesome’ – mensen zijn geweldig.  Dat lijkt een positievere insteek. Maar vergis je niet! Vaak zijn het snelle compilaties met beelden van strakke, jonge en stoere jongens en meiden die zich bezig houden met spectaculaire sporten en stunts. Als het maar spectaculair is, en mooi en gevaarlijk, dan vinden we elkaar al snel awesome. Dus we vertellen elkaar op internet: óf je bent awesome, óf je bent een fail, en het gaat er vooral om hoe je er uit ziet. Ik zou zo graag eens een people are awesome – filmpje willen zien van mensen die dag aan dag zorgen voor een ander. Ik zou weleens een people are awesome – filmje willen zien over mensen met een beperking, en de mensen die bij hen horen. Of voor ouderen, of voor mensen die foute kleren aanhebben. Voor mensen die fouten maken, tekort schieten, een beperkte blik hebben. En dan wilde ik naar ze leren kijken met liefde. Want Zulke mensen zijn awesome. Omdat ze – hoe gebroken en gebrekkig ook – schepsel van God zijn. En omdat de Here er voor gekozen heeft (met liefde!) mensen op te zoeken in hun tekort en ellende, ontstaan door de zondeval, onze enige echte epic fail. Daarom zou ik willen zeggen: God is awesome, en no fail is epic.