zaterdag 8 augustus 2015

Column voor de wekker: Verstoan - Vurrblaaid

Hieronder de laatste column die ik schreef voor 'De Wekker'; Verstoan - Vurrblaaid:

Verstoan
Verstaan

Domneer, wat hej ’nen mooien strik um, en van ow preake he’ k völle schik ehad’. Als je dat op zondagmogen na de dienst hoort in Aalten, is er iets goed gegaan. Men waardeert de stropdas (door Mathea uitgezocht) en de preek.  Want schik, dat kan wel meer zijn dan plezier alleen. De preek is ook is begrepen.
Dan moet de domneer de aanspreker natuurlijk ook begrijpen. Maar dat gaat gelukkig meestal goed. Deze domneer kan er erg van genieten om een nieuw dialect te leren begriepen en af en toe döt ‘e ok zien best, zodat het net liekt of den ok een betjen plat pröt. Natuurlijk wördt dat niet wat, en levert die potsierlijkheid hooguit een glimlach op, maar er zit meer achter dan ‘a'j plat kunt praotn, mo'j 't neet laoten. Het gaat niet om de woorden en de klanken, hoe mooi ook. Het gaat er om dat het lukt elkaar te verstaan. Dat begint met elkaars taal. Niet dat daarmee alles is gezegd. Want communicatie is veel meer dan praten, zegt dominee en communicatiedeskundige Anne van der Meiden. Hij zegt het zo: ‘Kiek ik oew an, kiek i-j mi-j an, kiekt wi-j mekare an!' Dát is communicatie. Ik denk dat hij dit bedoelt: elkaar verstaan is niet alleen een kwestie van woorden, maar vooral van aandacht en van het hart.

Vurrblaaid!


Zo had ik laatst een engelse predikant aan de telefoon. Hij zou in het engels komen preken bij ons in Aalten en zijn preek zou vertaald worden. De preek ging over psalm 122: ‘ Ik ben verblijd wanneer ze tegen mij zeggen; Wij zullen naar het huis van de Here gaan’. Hij belde mij omdat hij de nederlandse versie van de psalm ook had gelezen. Hij vroeg zich af: ‘Rick, what is vurrblaaid?’ Dus ik legde het uit: verblijd worden is dat je het eerst niet was, en nu wel wordt. Dat is verblijd. En zo was het ook. Wat was het een zegen om onder een preek te zitten in een andere taal. Om aangesproken te worden door een dominee uit een ander land. En opgeroepen te worden tot de vreugde van het evangelie. Zoals de psalm zegt: waneer ze naar je toe komen en tegen je zeggen: ga mee naar het huis van de Heer, dan is dat een zegen. Waar je samen leert leven van Genade, daar leer je elkaar echt verstaan. Want verstaan is niet alleen een kwestie van woorden, aandacht en het hart, maar vooral van Genade en de Heilige Geest.

woensdag 13 mei 2015

Column voor de wekker: Iedereen is van de wereld - en de wereld is voor iedereen.

Onderstaande column schreef ik vorige maand voor 'De Wekker', 

Thé Lau


Iedereen is van de wereld

Dat zingt de Bergse zanger Thé Lau, die de laatste tijd om zijn gehele oeuvre is gelauwerd (what’s in a name). Een pakkende zin, maar wat zeg je er mee? Wij gereformeerden zeggen het in ieder geval niet. ‘Wij zijn niet van de wereld, wij zijn in de wereld.’ Een mooie zin, maar ik geloof er niks van.  Wij zijn helemaal niet in de wereld. We sluiten ons keurig op in onze eigen kerkelijke cultuur en trekken ons terug uit de samenleving. Hoe relevant is de kerk voor de mensen om ons heen? Hoeveel niet – kerkelijke vrienden heb ik eigenlijk? Bij de cursus getuigend gemeente zijn, die wij in Aalten volgen wordt dat pijnlijk duidelijk: het zijn er veel te weinig. Maar ondertussen zijn we wel ván de wereld. Want we denken precies zoals de wereld denkt. In termen van invloed en macht, status, geld. Vooral bezig met onze eigen rust, vrijheid, comfort. Aan trots en hoogmoed geen gebrek. Niets wereldlijks is ons vreemd. Laten we het maar eens zeggen, als een belijdenis van schuld: iedereen is van de wereld, en ik ook.

... en de wereld is van iedereen.

Dat zingt Thé Lau ook: de wereld is van iedereen. Het zijn woorden die ruimte maken voor anderen. Als de kerk nou eens zou inzetten met dit credo, dan zouden we echt een ander geluid laten horen dan de wereld. Zoals Kees van der Staaij ons voordoet. Hij vroeg aandacht in de media en de tweede kamer voor kinderen met het down – syndroom. Omdat we als nederland dreigen te gaan denken dat de wereld niet is voor mensen met het down – syndroom. En dat er voor hen geen plaats is op deze wereld. Zoals Arie Slob dat doet, die in de discussie over bed, bad en brood aandacht vraagt voor woorden van Jezus: ‘Ik was hongerig, en u gaf mij te eten.’ Omdat we als nederland dreigen te gaan denken dat er in ons werelddeel geen plaats is voor mensen die hebben moeten vluchten en die geen thuis meer hebben. Laat het een belijdenis zijn van solidariteit met hen, voor wie bijna geen plaats meer is. Net als de lofzang van Maria. “ Hij heeft machtigen van hun troon getrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig weggezonden. “

Thé Lau, ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.

zaterdag 22 november 2014

Column voor de wekker: Jongens in verval - vader in verweer

Onderstaande column schreef ik voor de column kwart in De Wekker:

Philip Zimbardo


Jongens in verval
Op zaterdagmiddag kijken wij thuis regelmatig samen naar de BZT-show. Het spannendst vinden we ‘de jongens tegen de meiden’: muntjes zoeken, ballonnen oppompen en zo meer. Ons valt op dat de meiden eigenlijk altijd winnen. Onze jongste dochter vindt dit zielig en is inmiddels niet meer voor de meiden, maar voor de jongens. Dit is voor haar vader een grote troost.
Dit fenomeen, van de jongens die minder goed meekomen, reikt verder dan de BZT – show. In alle lagen van het onderwijs is het ook zichtbaar, zegt de beroemde psycholoog Philip Zimbardo. Hij noemt het ‘the demise of Guys’ – jongens in verval. Volgens deze onderzoeker hebben jongens steeds meer moeite om echt contact te hebben met anderen, vooral 1 op 1 en met meisje / vrouwen.  Hij wijt dit aan een groeiende verslaving aan opwinding en prikkels door te veel internet, door porno en computerspellen. Zo groeit een nieuwe generatie jongens (en meiden op hun manier ook) op met hersens, geconditioneerd door de vermaaksindustrie.

Vader in verweer.
Ik zie het om me heen: jongeren dia alleen chirurgisch van hun telefoon verwijderd kunnen worden. Ik zie het bij mezelf: tijdens het typen van dit verhaaltje heb ik ook al weer mijn facebook open gehad en mijn mail gecheckt.
Maar ik wil het anders. Ik kom in verweer!
Ik wil een vader zijn voor mijn meiden die hen belangrijker vindt dan zijn scherm. En die hen leert om te gaan met schermen, en ze ook uit te zetten. (Heb net twee Whatsapp berichtjes gehad en beantwoord).

Ik heb een plan gemaakt om te ‘herlezen en herleven’ – minder voor het scherm, meer boven de bladzijde. Weer oefenen in het lezen van goede boeken. Minder scherm, meer leven. Af en toe gewoon in de stoel zitten, muziek luisteren of nadenken of kijken naar het licht dat de kamer binnenvalt. Je kunt zelfs real life buiten wandelen en fietsen, net als ze doen op youtube. Tijd nemen om met je kinderen iets samen te doen. Zoals kijken naar de BZT show. Ik hoop dat de jongens de volgende keer winnen. (Maar nu eerst even mijn mail checken)

zaterdag 7 juni 2014

Column, geschreven voor 'de Wekker' : Lampendraaien - zielevreugd




Lampendraaien
Tsja, wat moet je er nu mee, die mensen die op zondagochtend soms vergeten dat ze in een ordentelijke reformatorische eredienst zitten. Eén keer als slotzang een opwekkingslied en meteen gaan de handen de lucht in. ‘Lampendraaien’, noemt iemand uit onze gemeente dat, omdat het er net uitziet alsof iemand het peertje van de plafondlamp staan te vervangen. Of soms, in een minder vrijmoedige en minder zichbare versie, (maar niet minder tot de verbeelding sprekend) lijkt het alsof iemand een tweede kopje koffie staat te weigeren. Als het weer eens zo ver is zie je andere gemeenteleden schalks rond - en achterom kijken, of er nog meer handen de lucht in gaan. Uit nieuwsgierigheid, natuurlijk, maar vooral omdat we ons met z’n allen een beetje opgelaten voelen bij al die uitbundige overgave.
Zielevreugd
Eigenlijk zouden we toch niet hoeven op – of omkijken. Tenslotte is het opheffen van handen een heel bijbels gegeven. Denk maar aan I Timotheus 2:8, waar de opgeheven handen als een gewone gebedshouding worden gezien. Als ze maar heilig zijn. Of denk aan psalm 134:2- “Heft uwe handen naar omhoog’. Wanneer we dat zingen blijven de handen doorgaans keurig beneden. Misschien zouden we ons daar eens over kunnen verbazen.
Maar wat maakt die uiterlijke innigheid nu zo ongemakkelijk? Zou het kunnen zijn dat we stiekum een beetje jaloers zijn op die overgave, die we van een ander zien? En op de vrijmoedigheid van iemand die met het lichaam durft te uiten: Heer, ik loof U! Over huppelen hoeven we het nu niet te hebben, maar zouden we kunnen afspreken dat we niet raar gaan omkijken wanneer iemand, in Hem verheugd, zijn zielevreugd eens uit door een hand op te heffen? Laten we elkaar wat ruimte geven, en met heel ons hart  meezingen met die slotzang. Dat lijkt me eerbiediger dan met een zuur gezicht tijdens de lofprijzing in de bank te staan kniezen.

dinsdag 25 februari 2014

Zoooo 2014: de samen-selfie

Afgelopen zondag lazen wij in CGK Aalten Lukas 18. Daarin ontmaskert Jezus onze obsessie met onszelf, en onze positie en ons bezit. In dat kader maakte ik op de preekstoel een selfie.







Dit inspireerde blijkbaar. Verschillende selfies uit de gemeente komen openbaar, en het mooie vind ik dat het selfies zijn van mensen die niet alleen zijn maar samen. Zoals de Jeugdvereniging:




En de vrouwenvereniging bijbelstudie :



Mooie acties, broeders en zusters! Wie volgt?

Ik hoop dat dat de trend wordt voor 2014: samen- selfies. Foto's waarin we niet onszelf laten zien, maar waarin we laten zien dat we bij elkaar horen. Hashtag: #samenselfie.

ps. Mijn hoofd op de bovenste foto is een beetje vertekend, ben ik bang. Tijd voor een andere smartphone ;).

dinsdag 18 februari 2014

Lied teruggevonden.



Vorige week, toen ik met Mathea de Abdij van Egmond bezocht, kwamen bij mij flarden van een lied naar boven, dat ik in mijn studententijd leerde kennen.

Ik weet niet door wie dit lied geschreven is, of in welke bundel het staat. Vooral de laatste strofe doet denken aan de Confessiones van Augustinus. Misschien is er iemand die meer weet van dit lied? De woorden - ik schrijf ze uit mijn hoofd op - zijn ongeveer deze:



O Schoonheid van mijn God, te prijzen bovenmate;
hoe heb ik U gezocht langs aller wereld weg.
Mijn liefde en mijn hoop heb ik om U verlaten.
Nochtans als ik U noem, ik weet niet wat ik zeg.

Gij zijt mij zo nabij dat ik in U moet leven;
en toch verdwaalt mijn geest in onherbergzaam land.
Zo, tegen wil en dank met alle ding verweven,
zoek ik U buiten mij, roepend naar alle kant.

Uw stem heeft mij gelokt, uw licht verblindt mijn ogen.
Jagend op ieder spoor dat mij uw liefde zendt
 ontbeert mijn hart, voor U geboren en getogen,
zijn vreugde en zijn rust totdat het U herkent.

maandag 23 december 2013

Column voor ' de Wekker' : zussen - vaders.

Deze column schreef ik voor 'de Wekker' :  zussen - vaders.

'pas op- familie!' 


zussen

Toen ik als student in Apeldoorn woonde, hielp ik soms bij de bijbelkraam voor anderstaligen op de markt.  Ik herinner me hoe ik daar eens mocht staan met mevrouw Maris, de echtgenote van professor Maris. Dat vond ik heel wat! Ons kwam Yoshi tegemoet, een Asielzoeker uit Sierra Leone, die ons uitbundig begroette: “Aukje, mijn zus! Alle goeds van Jezus Christus!” Zijn ontwapenende bejegening van zuster Maris ben ik nooit vergeten. Hoe vrijmoedig mij zijn woorden toen leken, ik denk nu: Yoshi had gelijk. Onze kerkwoorden “broeders en zusters,” lijken me woorden die verdoezelen wat ze helder zouden moeten zeggen. Dat we broers en zussen zijn. Dat ik met u verbonden ben in Christus, als met familie. Maar als we ze gebruiken in de kerk, klinken ze als woorden op afstand. Als in: ‘De bloemen gaan deze week naar zuster de Vries uit wijk 4’ . Zullen we ze van het stof ontdoen, de woorden? En zullen we ook gewoon weer af en toe zeggen wat ze bedoelen?

vaders


Zo heb ik broers leren kennen op de synode. Broeders die broers werden. Ik kan bijvoorbeeld vrijmoedig zeggen dat ook ik een broer ben van de gebroeders Sok. Maar ik heb daar nog meer familie ontmoet. Van allerlei pluimage. Ik ontmoette ook oudere broers, die in hun geestelijke wijsheid als vaders voor mij waren. Zij voedden mij op en ik leerde veel van hen. Sommigen van hen heb ik het ook gezegd: u of jij bent voor mij een vader in Christus. Laten we weer gaan spreken over vaders en moeders in Christus. Als we die woorden weer gaan gebruiken, dan gaan we ook weer zien dat we zulke mensen nodig hebben in de gemeente. Want daarvan ben ik overtuigd: dat de jongere broers en zussen op zoek zijn naar vaders en moeders in Christus. Om van ze te leren en zo te groeien in geloof. En als we anderen gaan zien als vaders en moeders in het geloof, kunnen we ook benoemen wat we in hen van de Heere ontvangen. Dat maakt dankbaar, is goed voor de gemeente, en tot eer van onze Vader.