vrijdag 15 april 2016

Column voor 'De Wekker' - Welkomstfolder

‘Welkomstfolder’ 

'Welkom in de kerk' 


Ik zat laatst eens te mijmeren: Wat nu, als we in de welkomstfolder die we uitdelen aan onze gasten, eens eerlijk zouden zijn over hoe we ons soms gedragen in de eredienst? Ik ben bang dat de folder er ongeveer zo uit zou zien:

“ Geachte gast, hartelijk welkom in deze plaatselijke Christelijke Gereformeerde kerk. Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor deze kerk, en niet de CGK in het volgende dorp, want daar doen ze de dingen heel anders, en niet gewoon, zoals bij ons.

Zoals gezegd: de dingen gaan hier gewoon, en daar hechten wij zeer aan. Wij lezen de juiste vertaling, we zingen de gewone liederen en doen dat op de gebruikelijke wijze. Derhalve gaan wij er vanuit dat alles zich vanzelf wijst. Om ons en uzelf niet in verlegenheid te brengen willen wij toch aandacht vragen aandacht voor het volgende:

1. Natuurlijk zijn alle zitplaatsen vrij. U kunt dus overal gaan zitten waar u wilt. Maar dat geldt natuurlijk ook voor ons. Daarom willen wij u vragen er rekening me te houden dat u niet op onze eigen plekken gaat zitten. Mocht hierover onduidelijkheid ontstaan, willen wij u beste even helpen door u te melden dat u op onze plaats zit, met het verzoek ergens anders te gaan zitten. Dat vinden wij geen enkele moeite, wij zijn tenslotte een gastvrije kerk.

2. De notitie ‘gebruik pepermunt eredienst’ is op aanvraag verkrijgbaar bij de koster. Om u tegemoet te komen citeren wij hieruit kort: (Wij zijn u graag ten dienste). “Bij voorkeur wordt pepermunt gepresenteerd in de eerste minuten van de preek, 
liefst vóór thema en verdeling. Gelieve de rol eerst door te geven, en pas bij terugkomst van de rol een pepermunt te nemen.” 

3. Schrikt u niet van de plotselinge herrie die wij maken tijdens de collecte. Voor de meesten van ons is de collecte een moment van ontspanning. We spreken dan niet in tongen, maar we kletsen bij. Ook is de collecte een mooie gelegenheid om u te ontdoen van de  kunstwerkjes, die u tijdens de preek hebt gevouwen van de snoeppapiertjes.”

We wensen u een goede dienst “.



zaterdag 19 december 2015

Column voor 'De Wekker': Oosterkerk - oogsten.

Onderstaande column schreef ik voor 'de Wekker' het landelijke kerkblad van de Christelijke Gereformeerde Kerken.


Oosterkerk
De kop van de plaatselijke krant: De Oosterkerk in Aalten zal op termijn waarschijnlijk worden verkocht. Dit nieuws, niet helemaal onverwacht, brengt een boel reuring in ons kleine dorp. Discussie alom over een eventuele nieuwe bestemming en over waarom juist dat kerkgebouw en niet een ander.
Voor mij is de Oosterkerk een icoon van Aalten als het Jerusalem van het oosten. Het is de kerk van het rijke gereformeerde leven, waar Aalten vroeger beroemd en berucht om was. Het is de kerk van de vier diensten per zondag van vroeger, de kerk waar de kerkepaden uit Barlo en Dale op uitlopen, de kerk van het gedenkraam over hulp en verzet in de tweede wereldoorlog.
Het is ook de kerk waar ik regelmatig langs fiets, als ik ergens op bezoek ga. En dan doe ik twee dingen: ik kijk op de torenklok, of ik nog op tijd ben, en ik bid dat deze kerk weer vol zal stromen, omdat mensen samen komen uit heel Aalten en omgeving om het Evangelie te horen.

Oogsten
Ik heb een beetje verdriet om dit gebouw, en ik weet niet goed wat ik er mee moet. Is het nostalgie? Verlangen naar “vroeger, toen de kerken nog vol zaten”? Dat is dan verlangen naar een vroeger (“vroegâh”) dat ik nooit heb meegemaakt.  Nostalgie, hoe heilzaam is dat?
Eigenlijk is het meer verdriet om al die mensen, die er ooit kwamen om het evangelie te horen. En vandaag de dag zien zij, en hun kinderen en kleinkinderen, niet meer in wat ze er  zouden moeten zoeken.
Ik heb verdriet om de tevredenheid die nog steeds rondgaat in zo veel van onze orthodoxe en bevindelijke kerken, waar de diensten nog twee keer vol zitten, zoals het hoort. Ik mis gevoel van urgentie. Zijn wij, de orthodoxen, die het voor ons gevoel wel begrepen hebben, dan niet de mensen tegen wie Jezus zegt: “Ga de stegen en de straten van de stad in, en breng ze binnen?” En doen we dat ook? Zijn onze gemeenten en kerkdiensten daar op gespitst en ingericht? Dat we mensen bij Jezus brengen?
Berichten over kerken die gesloten worden moeten bij ons verlangen oproepen. Niet naar vroeger, maar verlangen dat ál onze CGK’s échte zendingesgemeenten zijn. Dat het evangelie zo klinkt en leeft in ons midden, dat het mensen trekt tot Christus. Als dat verlangen er niet is, kunnen we onze kerkgebouwen misschien maar beter te koop zetten.

Elke keer als ik langs de Oosterkerk fiets doe ik twee dingen: Ik bid, en ik kijk op de klok: de tijd dringt. De Heer komt spoedig terug. En de velden zijn wit om te oogsten.

maandag 26 oktober 2015

Column voor 'de wekker' : Wokbuffet - kerkbuffet

Onderstaande column schreef ik voor de laatste uitgave van 'de Wekker'



Wokbuffet

Gezellig een avondje uit met het gezin. Ieder kan kiezen wat hij wil, niet te duur, wat wil je nog meer?
Eet zoveel je kunt binnen twee uur. Genoeg om uit te kiezen. Of is het te veel? Als ik alles kan kiezen, wat is er dan nog aantrekkelijk? In ieder geval niet de keuken. Geen koks meer die hun creativiteit botvieren op mooie producten, maar ongeinspireerde mannetjes die alles wat hun wordt voorgehouden moeten warmmaken in dezelfde mix van veel vet en knoflook.

Wokbuffet: zo vaak van tafel lopen als je maar wilt. Een gesprek voeren is niet meer mogelijk, omdat we óf besluiteloos langs het buffet dreutelen, óf al etend bedenken wat we nog meer willen proberen.
Ook de kinderen kom je de hele avond niet echt tegen. Ze eten drie patatjes, vier toetjes en zitten de rest van de avond te gamen in de speelkamer.

Ik hoop dat er geen wokbuffet is op de bruiloft van het Lam.

Kerkbuffet

Fijn met z’n allen op zondag naar de kerk. Maar gaan we naar de kerk om samen gevoed te worden? Of is het ieder voor zich eten wat je wilt binnen anderhalf uur?
Ik ben soms bang dat het vooral het tweede is. Want er er moet vooral voor ieder wat zijn. Een fijne psalm of een mooi opwekkingslied. Een stukje bevinding naar keuze of desgewenst een vooral heel praktische toepassing. Elke zondag beleven wat vertrouwd is, of elke zondag verrast worden met iets nieuws. Eigenlijk verwachten we dat ‘onze kerk’ de aangegeven voorkeur ook aanbiedt. En anders zijn we teleurgesteld.

Beseffen we wat het betekent om samen lichaam van Christus te zijn? Kunnen we er van genieten dat de Here ons samenbrengt als juist zo veel verschillende mensen met hun eigen smaak? Beseffen we wel dat een eredienst is: samen God loven, en eerbiedig buigen voor zijn Woord? Ook als de dominee van deze zondag naar mijn smaak te veel of te weinig kleur in zijn stropdas heeft?

Ik hoop dat er geen wokbuffet is op de bruiloft van het Lam.




zaterdag 29 augustus 2015

Column voor de wekker: Choose happiness- what are you waiting for?

Onderstaande column schreef ik voor 'de wekker': (zie onder voor het filmpje):

"Choose happend - what are you waiting for?"


Choose happiness!

‘Choose happiness,’ zegt rapper HT in een reclamefilmpje van Coca Cola: ‘Kies voor blijdschap’. Deze opdracht klinkt terwijl we kijken naar - inderdaad: blije mensen die hun eigen geluk kiezen en vormgeven. Ze dansen, beminnen, winnen, verleiden, gaan op reis. Begeleid door een stimulerend beat en met een flesje cola in de hand kiezen ze voor hún happines. En als zij dat kunnen, kunnen wij dat ook.
Wat kiezen voor geluk met cola te maken heeft, is me vooralsnog onduidelijk. In mijn werkelijkheid is de prik er meestal uit en is de cola vaak van het B merk. In mijn werkelijkheid is de fles vaak te slap om goed vast te houden en schenk ik het meeste naast het glas. In mijn werkelijkheid is kiezen voor cola vaak kiezen voor een avond leeg TV kijken op de bank met te veel chips en drankjes met te veel suiker. In mijn werkelijkheid is het vooral kiezen tussen cola met heel veel suiker (Slecht voor je lichaam), of met heel veel namaak – suiker (net zo slecht). Geluk is een keuze, so what are you waiting for? -  Dus waar wachten we nog op?

What are you waiting for?

Waar wacht je op? Als geluk iets is wat je zelf kunt kiezen, dan is het je eigen schuld dat je ongelukkig bent. Je hebt je geluk niet gegrepen – je hebt te lang gewacht. Of je hebt gekozen om niet gelukkig te zijn. Als jij niet gelukkig bent, is er voor mij dus ook geen enkele reden om naar jou om te zien. Waar wacht je op? Is er eigenlijk wel een keuze? Je móet kiezen om gelukkig te zijn, en dat moet nú. Hoe calorie – arm ook, deze blijde boodschap ligt me zwaar op de maag.

Dit is wat Jezus zegt: Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden. Dus waar wachten we op? Verblijd en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen. (Mattheus 5: 12) (Van deze boodschap is geen light – versie beschikbaar)

zaterdag 8 augustus 2015

Column voor de wekker: Verstoan - Vurrblaaid

Hieronder de laatste column die ik schreef voor 'De Wekker'; Verstoan - Vurrblaaid:

Verstoan
Verstaan

Domneer, wat hej ’nen mooien strik um, en van ow preake he’ k völle schik ehad’. Als je dat op zondagmogen na de dienst hoort in Aalten, is er iets goed gegaan. Men waardeert de stropdas (door Mathea uitgezocht) en de preek.  Want schik, dat kan wel meer zijn dan plezier alleen. De preek is ook is begrepen.
Dan moet de domneer de aanspreker natuurlijk ook begrijpen. Maar dat gaat gelukkig meestal goed. Deze domneer kan er erg van genieten om een nieuw dialect te leren begriepen en af en toe döt ‘e ok zien best, zodat het net liekt of den ok een betjen plat pröt. Natuurlijk wördt dat niet wat, en levert die potsierlijkheid hooguit een glimlach op, maar er zit meer achter dan ‘a'j plat kunt praotn, mo'j 't neet laoten. Het gaat niet om de woorden en de klanken, hoe mooi ook. Het gaat er om dat het lukt elkaar te verstaan. Dat begint met elkaars taal. Niet dat daarmee alles is gezegd. Want communicatie is veel meer dan praten, zegt dominee en communicatiedeskundige Anne van der Meiden. Hij zegt het zo: ‘Kiek ik oew an, kiek i-j mi-j an, kiekt wi-j mekare an!' Dát is communicatie. Ik denk dat hij dit bedoelt: elkaar verstaan is niet alleen een kwestie van woorden, maar vooral van aandacht en van het hart.

Vurrblaaid!


Zo had ik laatst een engelse predikant aan de telefoon. Hij zou in het engels komen preken bij ons in Aalten en zijn preek zou vertaald worden. De preek ging over psalm 122: ‘ Ik ben verblijd wanneer ze tegen mij zeggen; Wij zullen naar het huis van de Here gaan’. Hij belde mij omdat hij de nederlandse versie van de psalm ook had gelezen. Hij vroeg zich af: ‘Rick, what is vurrblaaid?’ Dus ik legde het uit: verblijd worden is dat je het eerst niet was, en nu wel wordt. Dat is verblijd. En zo was het ook. Wat was het een zegen om onder een preek te zitten in een andere taal. Om aangesproken te worden door een dominee uit een ander land. En opgeroepen te worden tot de vreugde van het evangelie. Zoals de psalm zegt: waneer ze naar je toe komen en tegen je zeggen: ga mee naar het huis van de Heer, dan is dat een zegen. Waar je samen leert leven van Genade, daar leer je elkaar echt verstaan. Want verstaan is niet alleen een kwestie van woorden, aandacht en het hart, maar vooral van Genade en de Heilige Geest.

woensdag 13 mei 2015

Column voor de wekker: Iedereen is van de wereld - en de wereld is voor iedereen.

Onderstaande column schreef ik vorige maand voor 'De Wekker', 

Thé Lau


Iedereen is van de wereld

Dat zingt de Bergse zanger Thé Lau, die de laatste tijd om zijn gehele oeuvre is gelauwerd (what’s in a name). Een pakkende zin, maar wat zeg je er mee? Wij gereformeerden zeggen het in ieder geval niet. ‘Wij zijn niet van de wereld, wij zijn in de wereld.’ Een mooie zin, maar ik geloof er niks van.  Wij zijn helemaal niet in de wereld. We sluiten ons keurig op in onze eigen kerkelijke cultuur en trekken ons terug uit de samenleving. Hoe relevant is de kerk voor de mensen om ons heen? Hoeveel niet – kerkelijke vrienden heb ik eigenlijk? Bij de cursus getuigend gemeente zijn, die wij in Aalten volgen wordt dat pijnlijk duidelijk: het zijn er veel te weinig. Maar ondertussen zijn we wel ván de wereld. Want we denken precies zoals de wereld denkt. In termen van invloed en macht, status, geld. Vooral bezig met onze eigen rust, vrijheid, comfort. Aan trots en hoogmoed geen gebrek. Niets wereldlijks is ons vreemd. Laten we het maar eens zeggen, als een belijdenis van schuld: iedereen is van de wereld, en ik ook.

... en de wereld is van iedereen.

Dat zingt Thé Lau ook: de wereld is van iedereen. Het zijn woorden die ruimte maken voor anderen. Als de kerk nou eens zou inzetten met dit credo, dan zouden we echt een ander geluid laten horen dan de wereld. Zoals Kees van der Staaij ons voordoet. Hij vroeg aandacht in de media en de tweede kamer voor kinderen met het down – syndroom. Omdat we als nederland dreigen te gaan denken dat de wereld niet is voor mensen met het down – syndroom. En dat er voor hen geen plaats is op deze wereld. Zoals Arie Slob dat doet, die in de discussie over bed, bad en brood aandacht vraagt voor woorden van Jezus: ‘Ik was hongerig, en u gaf mij te eten.’ Omdat we als nederland dreigen te gaan denken dat er in ons werelddeel geen plaats is voor mensen die hebben moeten vluchten en die geen thuis meer hebben. Laat het een belijdenis zijn van solidariteit met hen, voor wie bijna geen plaats meer is. Net als de lofzang van Maria. “ Hij heeft machtigen van hun troon getrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig weggezonden. “

Thé Lau, ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.

zaterdag 22 november 2014

Column voor de wekker: Jongens in verval - vader in verweer

Onderstaande column schreef ik voor de column kwart in De Wekker:

Philip Zimbardo


Jongens in verval
Op zaterdagmiddag kijken wij thuis regelmatig samen naar de BZT-show. Het spannendst vinden we ‘de jongens tegen de meiden’: muntjes zoeken, ballonnen oppompen en zo meer. Ons valt op dat de meiden eigenlijk altijd winnen. Onze jongste dochter vindt dit zielig en is inmiddels niet meer voor de meiden, maar voor de jongens. Dit is voor haar vader een grote troost.
Dit fenomeen, van de jongens die minder goed meekomen, reikt verder dan de BZT – show. In alle lagen van het onderwijs is het ook zichtbaar, zegt de beroemde psycholoog Philip Zimbardo. Hij noemt het ‘the demise of Guys’ – jongens in verval. Volgens deze onderzoeker hebben jongens steeds meer moeite om echt contact te hebben met anderen, vooral 1 op 1 en met meisje / vrouwen.  Hij wijt dit aan een groeiende verslaving aan opwinding en prikkels door te veel internet, door porno en computerspellen. Zo groeit een nieuwe generatie jongens (en meiden op hun manier ook) op met hersens, geconditioneerd door de vermaaksindustrie.

Vader in verweer.
Ik zie het om me heen: jongeren dia alleen chirurgisch van hun telefoon verwijderd kunnen worden. Ik zie het bij mezelf: tijdens het typen van dit verhaaltje heb ik ook al weer mijn facebook open gehad en mijn mail gecheckt.
Maar ik wil het anders. Ik kom in verweer!
Ik wil een vader zijn voor mijn meiden die hen belangrijker vindt dan zijn scherm. En die hen leert om te gaan met schermen, en ze ook uit te zetten. (Heb net twee Whatsapp berichtjes gehad en beantwoord).

Ik heb een plan gemaakt om te ‘herlezen en herleven’ – minder voor het scherm, meer boven de bladzijde. Weer oefenen in het lezen van goede boeken. Minder scherm, meer leven. Af en toe gewoon in de stoel zitten, muziek luisteren of nadenken of kijken naar het licht dat de kamer binnenvalt. Je kunt zelfs real life buiten wandelen en fietsen, net als ze doen op youtube. Tijd nemen om met je kinderen iets samen te doen. Zoals kijken naar de BZT show. Ik hoop dat de jongens de volgende keer winnen. (Maar nu eerst even mijn mail checken)

zaterdag 7 juni 2014

Column, geschreven voor 'de Wekker' : Lampendraaien - zielevreugd




Lampendraaien
Tsja, wat moet je er nu mee, die mensen die op zondagochtend soms vergeten dat ze in een ordentelijke reformatorische eredienst zitten. Eén keer als slotzang een opwekkingslied en meteen gaan de handen de lucht in. ‘Lampendraaien’, noemt iemand uit onze gemeente dat, omdat het er net uitziet alsof iemand het peertje van de plafondlamp staan te vervangen. Of soms, in een minder vrijmoedige en minder zichbare versie, (maar niet minder tot de verbeelding sprekend) lijkt het alsof iemand een tweede kopje koffie staat te weigeren. Als het weer eens zo ver is zie je andere gemeenteleden schalks rond - en achterom kijken, of er nog meer handen de lucht in gaan. Uit nieuwsgierigheid, natuurlijk, maar vooral omdat we ons met z’n allen een beetje opgelaten voelen bij al die uitbundige overgave.
Zielevreugd
Eigenlijk zouden we toch niet hoeven op – of omkijken. Tenslotte is het opheffen van handen een heel bijbels gegeven. Denk maar aan I Timotheus 2:8, waar de opgeheven handen als een gewone gebedshouding worden gezien. Als ze maar heilig zijn. Of denk aan psalm 134:2- “Heft uwe handen naar omhoog’. Wanneer we dat zingen blijven de handen doorgaans keurig beneden. Misschien zouden we ons daar eens over kunnen verbazen.
Maar wat maakt die uiterlijke innigheid nu zo ongemakkelijk? Zou het kunnen zijn dat we stiekum een beetje jaloers zijn op die overgave, die we van een ander zien? En op de vrijmoedigheid van iemand die met het lichaam durft te uiten: Heer, ik loof U! Over huppelen hoeven we het nu niet te hebben, maar zouden we kunnen afspreken dat we niet raar gaan omkijken wanneer iemand, in Hem verheugd, zijn zielevreugd eens uit door een hand op te heffen? Laten we elkaar wat ruimte geven, en met heel ons hart  meezingen met die slotzang. Dat lijkt me eerbiediger dan met een zuur gezicht tijdens de lofprijzing in de bank te staan kniezen.

dinsdag 25 februari 2014

Zoooo 2014: de samen-selfie

Afgelopen zondag lazen wij in CGK Aalten Lukas 18. Daarin ontmaskert Jezus onze obsessie met onszelf, en onze positie en ons bezit. In dat kader maakte ik op de preekstoel een selfie.







Dit inspireerde blijkbaar. Verschillende selfies uit de gemeente komen openbaar, en het mooie vind ik dat het selfies zijn van mensen die niet alleen zijn maar samen. Zoals de Jeugdvereniging:




En de vrouwenvereniging bijbelstudie :



Mooie acties, broeders en zusters! Wie volgt?

Ik hoop dat dat de trend wordt voor 2014: samen- selfies. Foto's waarin we niet onszelf laten zien, maar waarin we laten zien dat we bij elkaar horen. Hashtag: #samenselfie.

ps. Mijn hoofd op de bovenste foto is een beetje vertekend, ben ik bang. Tijd voor een andere smartphone ;).

dinsdag 18 februari 2014

Lied teruggevonden.



Vorige week, toen ik met Mathea de Abdij van Egmond bezocht, kwamen bij mij flarden van een lied naar boven, dat ik in mijn studententijd leerde kennen.

Ik weet niet door wie dit lied geschreven is, of in welke bundel het staat. Vooral de laatste strofe doet denken aan de Confessiones van Augustinus. Misschien is er iemand die meer weet van dit lied? De woorden - ik schrijf ze uit mijn hoofd op - zijn ongeveer deze:



O Schoonheid van mijn God, te prijzen bovenmate;
hoe heb ik U gezocht langs aller wereld weg.
Mijn liefde en mijn hoop heb ik om U verlaten.
Nochtans als ik U noem, ik weet niet wat ik zeg.

Gij zijt mij zo nabij dat ik in U moet leven;
en toch verdwaalt mijn geest in onherbergzaam land.
Zo, tegen wil en dank met alle ding verweven,
zoek ik U buiten mij, roepend naar alle kant.

Uw stem heeft mij gelokt, uw licht verblindt mijn ogen.
Jagend op ieder spoor dat mij uw liefde zendt
 ontbeert mijn hart, voor U geboren en getogen,
zijn vreugde en zijn rust totdat het U herkent.

maandag 23 december 2013

Column voor ' de Wekker' : zussen - vaders.

Deze column schreef ik voor 'de Wekker' :  zussen - vaders.

'pas op- familie!' 


zussen

Toen ik als student in Apeldoorn woonde, hielp ik soms bij de bijbelkraam voor anderstaligen op de markt.  Ik herinner me hoe ik daar eens mocht staan met mevrouw Maris, de echtgenote van professor Maris. Dat vond ik heel wat! Ons kwam Yoshi tegemoet, een Asielzoeker uit Sierra Leone, die ons uitbundig begroette: “Aukje, mijn zus! Alle goeds van Jezus Christus!” Zijn ontwapenende bejegening van zuster Maris ben ik nooit vergeten. Hoe vrijmoedig mij zijn woorden toen leken, ik denk nu: Yoshi had gelijk. Onze kerkwoorden “broeders en zusters,” lijken me woorden die verdoezelen wat ze helder zouden moeten zeggen. Dat we broers en zussen zijn. Dat ik met u verbonden ben in Christus, als met familie. Maar als we ze gebruiken in de kerk, klinken ze als woorden op afstand. Als in: ‘De bloemen gaan deze week naar zuster de Vries uit wijk 4’ . Zullen we ze van het stof ontdoen, de woorden? En zullen we ook gewoon weer af en toe zeggen wat ze bedoelen?

vaders


Zo heb ik broers leren kennen op de synode. Broeders die broers werden. Ik kan bijvoorbeeld vrijmoedig zeggen dat ook ik een broer ben van de gebroeders Sok. Maar ik heb daar nog meer familie ontmoet. Van allerlei pluimage. Ik ontmoette ook oudere broers, die in hun geestelijke wijsheid als vaders voor mij waren. Zij voedden mij op en ik leerde veel van hen. Sommigen van hen heb ik het ook gezegd: u of jij bent voor mij een vader in Christus. Laten we weer gaan spreken over vaders en moeders in Christus. Als we die woorden weer gaan gebruiken, dan gaan we ook weer zien dat we zulke mensen nodig hebben in de gemeente. Want daarvan ben ik overtuigd: dat de jongere broers en zussen op zoek zijn naar vaders en moeders in Christus. Om van ze te leren en zo te groeien in geloof. En als we anderen gaan zien als vaders en moeders in het geloof, kunnen we ook benoemen wat we in hen van de Heere ontvangen. Dat maakt dankbaar, is goed voor de gemeente, en tot eer van onze Vader.

zaterdag 31 augustus 2013

Column voor de Wekker: Epic fail / People are awesome


Onderstaande column schreef stond in de laatste editie van De Wekker.

'people are awesome' 


Epic fail

Iedereen heeft recht op 15 minuten beroemd zijn heeft kunstenaar Andy Warhol gezegd. En dat lijkt nu werkelijkheid te gaan worden. Internet geeft iedereen toegang tot iedereen. Dat maakt het mogelijk om beroemd te worden met een liedje dat je opnam op een regenachtige woensdagmiddag. Het wereldwijde web maakt zo beroemdheden. Maar er is ook een andere kant. Het wereldwijde web is ook genadeloos. Het hoeft je maar 1x te gebeuren dat iemand je op het verkeerde moment op de gevoelige plaat legt, en je bent voor altijd gebrandmerkt. Daar is zelf een woord voor op Youtube: epic fail (Episch falen, letterlijk vertaald). Een label dat wordt gebruikt bij filmpjes over mensen die een blunder begaan, zich ernstig bezeren, die ergens van af vallen en dergelijke. Wat zegt het over ons dat we het leuk vinden naar dergelijke dingen te kijken? En verder: Waarom dan niet: ‘foutje, bedankt’, maar moet er meteen ‘episch falen’ van worden gemaakt? Al zou het waar zijn, dat iedereen recht heeft op 15 minuten roem, liever gunnen we onszelf dagelijks 15 minuten (of veel meer) lol ten koste van een ander. Waar blijft de genade?

People are awesome

Gelukkig zijn er ook andere reeksen filmpjes op Youtube, zoals die met de titel ‘people are awesome’ – mensen zijn geweldig.  Dat lijkt een positievere insteek. Maar vergis je niet! Vaak zijn het snelle compilaties met beelden van strakke, jonge en stoere jongens en meiden die zich bezig houden met spectaculaire sporten en stunts. Als het maar spectaculair is, en mooi en gevaarlijk, dan vinden we elkaar al snel awesome. Dus we vertellen elkaar op internet: óf je bent awesome, óf je bent een fail, en het gaat er vooral om hoe je er uit ziet. Ik zou zo graag eens een people are awesome – filmpje willen zien van mensen die dag aan dag zorgen voor een ander. Ik zou weleens een people are awesome – filmje willen zien over mensen met een beperking, en de mensen die bij hen horen. Of voor ouderen, of voor mensen die foute kleren aanhebben. Voor mensen die fouten maken, tekort schieten, een beperkte blik hebben. En dan wilde ik naar ze leren kijken met liefde. Want Zulke mensen zijn awesome. Omdat ze – hoe gebroken en gebrekkig ook – schepsel van God zijn. En omdat de Here er voor gekozen heeft (met liefde!) mensen op te zoeken in hun tekort en ellende, ontstaan door de zondeval, onze enige echte epic fail. Daarom zou ik willen zeggen: God is awesome, en no fail is epic.

dinsdag 4 juni 2013

Henoch wandelde met God




Tijdens het lezen en studeren vorige week kwam ik een mooi gedicht tegen van ds. Okke Jager over Henoch, die wandelde met God. Het gedicht vertelt hoe een kind zich dat voorstelt:


'En God en Henoch waren kameraden,
dus God kwam vaak bij Henoch op bezoek.
Nadat zij samen voor de kwaden baden,
las God een stukje uit Zijn eigen boek.

Eens zei de Here op een mooie morgen:
'Zeg Henoch, ga je mee een eindje om?
Je vrouw zal dan wel voor het eten zorgen.'
En Henoch zei: ’t Is goed hoor, God, ik kom!'

Hij durfde wel zijn kindren achter te laten.
Hij riep: 'tot straks!' en deed de deur op slot.
Zij hadden samen heel veel te bepraten.
Dus Henoch wandelde aldoor met God.

De vogels wisten wel, voor Wie zij zongen.
En alle bloemen kwamen nu aan bod.
De herten kwamen dichtbij met hun jongen.
En Henoch wandelde aldoor met God.

Totdat opeens, - 'o Heer!' zei hij geschrokken,
'We zijn al veel te ver: daar staat Uw Huis!
‘t Is lang geleden al, dat wij vertrokken...
Hoe kom ik ooit alleen weer veilig thuis?'

'Och Henoch,' zei de Heer, 'om tijd te winnen,
- Je komt toch later bij mij wonen, - zeg,
Ga nu dan maar gelijk met mij naar binnen!'
En Henoch was niet meer: God nam hem weg.'

zaterdag 11 mei 2013

Buitenkant - Binnenkant


Deze column schreef ik laatst voor 'de wekker' van afgelopen vrijdag:

Buitenkant
Ook dit jaar heb ik met collega’s de Leicester Conference bezocht. Jaarlijks komen in die engelse Universiteitsstad honderden gereformeerde predikanten samen van over heel de wereld. Wat me daar altijd opvalt is het gebrek aan uiterlijk vertoon. De zaal waarin we elkaar ontmoeten is op zijn hoogst functioneel. Predikanten van heel de wereld komen elkaar tegen in hun gewone kloffie, zonder opsmuk. Een goed voorbeeld is een van de hoofdsprekers van dit jaar: professor Sinclair Ferguson. Groot lichaam, brede heupen (zoals hij zelf zegt), een ‘normaal schots accent’ en grote wenkbrauwen die meepraten wanneer hij smeuiige verhalen opdist. Ik zie hem nog rondlopen, intens genietend. Hij draagt een te wijde broek, waarvan de pijpen wat frommelen. Onder zijn regenjas een donkergroene spencer, die in de jaren ’80 vast ergens in de mode is geweest. Hij is aanspreekbaar voor iedereen en heeft aandacht voor iedereen. In het bijzonder voor jonge predikanten. Als hij het podium opgaat, wordt het stil in de zaal. Want als hij  spreekt over ‘het evangelie’ (sprankelende titel, niet?), gaat de Schrift open, en horen we Gods stem. En niets is heerlijker dan dit: onder het Woord zitten, meeluisteren terwijl de Schriften opengaan en je hart ophalen aan het Woord van God.

Binnenkant
In Leicester zie je aan de buitenkant: een binnenkant. Ik ontmoet mannen die zichbaar hun Heiland liefhebben, en met veel liefde over hem spreken. Ik bid met broeders die in hun gebed de Drie – Enige God grootmaken en prijzen om de verlossing die Hij geeft. Ik luister naar preken die mij bepalen bij mijn hoge roeping: Het Woord van God te brengen. Ik ontvang advies van wijze broeders over het werk in de gemeente. Iemand belijdt zijn gebrek aan discipline als het gaat om gebed en bijbellezen. Ik herken mezelf in zijn woorden: waarom zoek ik de Here niet meer en vaker in mijn normale alledaagse omstandigheden? Dat een ander daarin zijn tekort belijdt, is geen vertroosting. Maar de nederigheid van de ander, die het mij belijdt, is heilzaam.  Onderweg naar huis besef ik dat ik heb verkeerd met geestelijke broeders en vaders: mannen die geestelijk veel verder zijn dan ik. Ook dit jaar weer. Elke keer als ik terug kom voel ik me een kleintje in het Koninkrijk van God. En ik voel me een gezegend mens. Waar mensen zo bij elkaar kunnen zijn, daar is de kerk. Ik bid dat ik zo ook thuis in Aalten deel van die kerk mag zijn. En dat het zichtbaar is. Van binnen uit.


Prof.  Ferguson in gesprek.

donderdag 27 december 2012

prekenserie Moeder van Jezus nogmaals beschikbaar



Deze week ontdekte ik dat de preekschetsen die ik had gepost op Scribt slecht te downloaden zijn. Mijn excuses daarvoor. Ik ben op zoek gegaan naar een andere plek om ze te bewaren en beschikbaar te stellen. Een nieuwe link naar de map met preekschetsen over Tamar, Rachab, Ruth en Bathseba vindt u hier.


dinsdag 25 december 2012

Preekschets Kerst 2012: Maria


Voor de preekschets over Mattheus 1, klik hier. Iedereen gezegende kerstdagen toegewenst.

zondag 23 december 2012

preekschetsen over Ruth en Bathseba


Ruth - aren rapend


Hier vind u de links naar de preekschetsen over Ruth (klik hier) en Bathseba (klink hier). Ook zij horen in de lijn der genade van Mattheus 1, over de moeders van Jezus.

woensdag 12 december 2012

Kerststal van de meiden 2012

De meiden hebben op de tafel in de gang een kerststal gemaakt, die ik toch even wil delen. Met dank aan de mensen van Playmobil en Schleich.




Let op de wijzen uit het oosten in de laatste foto. Ze brengen dan geen gaven, maar zijn toch herkenbaar als oosterlingen (japan) óf als mensen die gewoonlijk gaven brengen ;) . Zo werken kinderhoofdjes blijkbaar...

zondag 9 december 2012

Preekschets over Jozua 2, Rachab

Rachab verstopt twee spionnen op haar dak.


Klik hier  voor de preekschets van de morgendienst van 9 november over Rachab.

donderdag 6 december 2012

Weer bereikbaar via vaste telefoon



Goed nieuws: de pastorie is weer bereikbaar via de vaste telefoon.
U kunt ons gewoon weer bellen op het oude nummer dat u van ons kende: 

0543 - 723033.

Wij hopen dat alles nu goed is gegaan, en dat het nu voorbij is.
Dank voor uw geduld!